ECLI:NL:HR:2024:1196
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake naheffingsaanslagen omzetbelasting
Belanghebbende, een besloten vennootschap, was geconfronteerd met naheffingsaanslagen omzetbelasting over de jaren 2010, 2011 en 2012, inclusief beschikkingen inzake heffingsrente en belastingrente. Na een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant werd hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof 's-Hertogenbosch. Dit hof bevestigde de naheffingsaanslagen en de daarbij behorende beschikkingen.
Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad, die dit beroep heeft beoordeeld. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat de klachten tegen het arrest van het hof niet leiden tot vernietiging van die uitspraak. Daarbij heeft de Hoge Raad geen inhoudelijke motivering gegeven, omdat beantwoording van de klachten niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft ook geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het cassatieberoep ongegrond. Hiermee blijft de uitspraak van het Gerechtshof ongewijzigd van kracht.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het hof bevestigd.