ECLI:NL:HR:2024:1208
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake fijnstoftoeslag motorrijtuigenbelasting
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag op het verzet tegen rekeningen voor fijnstoftoeslag motorrijtuigenbelasting. De Staatssecretaris van Financiën heeft verweer gevoerd. De Hoge Raad heeft de klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van de Rechtbank.
De Hoge Raad heeft geen motivering gegeven omdat beantwoording van de klachten niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie. Daarnaast heeft de Hoge Raad de conclusie van repliek van belanghebbende buiten beschouwing gelaten omdat deze na de gestelde termijn was ingediend.
Ten slotte heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard. Het arrest is gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en in het openbaar uitgesproken op 13 september 2024.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.