ECLI:NL:HR:2024:1210
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond in proceskostenveroordeling
Belanghebbende, een vennootschap onder firma, stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag waarin de Staat werd veroordeeld tot het vergoeden van proceskosten op grond van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De Hoge Raad heeft de klacht van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot vernietiging van het hofarrest kan leiden.
De Hoge Raad heeft geen nadere motivering gegeven omdat de klacht geen vragen betreft die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, zoals bepaald in artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie. Tevens zag de Hoge Raad geen aanleiding om de Staat te veroordelen in de proceskosten van het cassatieproces.
Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren, en in het openbaar uitgesproken op 13 september 2024. Hiermee bevestigt de Hoge Raad het oordeel van het hof en wordt het beroep in cassatie ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof Den Haag wordt bekrachtigd.