ECLI:NL:HR:2024:1221

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 oktober 2024
Publicatiedatum
13 september 2024
Zaaknummer
22/01788
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 437 lid 2 SvArt. 511h Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep in zaak profijtontneming valse bankbiljetten

De betrokkene is in hoger beroep veroordeeld tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit de productie en handel in valse bankbiljetten. Tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft betrokkene cassatieberoep ingesteld bij de Hoge Raad.

Echter heeft betrokkene geen cassatiemiddelen ingediend binnen de daarvoor gestelde termijn, waardoor de advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van het beroep. De Hoge Raad toetst of aan de vereisten voor ontvankelijkheid is voldaan en constateert dat de wettelijke termijn voor het indienen van cassatiemiddelen niet is nageleefd.

Op grond van artikel 437 lid 2 in Pro samenhang met artikel 511h van het Wetboek van Strafvordering kan de Hoge Raad het beroep niet in behandeling nemen. Daarom verklaart de Hoge Raad het cassatieberoep niet-ontvankelijk. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren en uitgesproken in een openbare terechtzitting op 8 oktober 2024.

Uitkomst: Het cassatieberoep van betrokkene wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van cassatiemiddelen.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/01788 P
Datum8 oktober 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 10 mei 2022, nummer 21-003377-20, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996,
hierna: de betrokkene.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Cassatiemiddelen zijn namens deze niet voorgesteld.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de betrokkene in het beroep.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De wet bepaalt binnen welke termijn een advocaat namens de betrokkene een schriftuur met cassatiemiddelen (klachten) bij de Hoge Raad moet indienen. Aan die verplichting is niet voldaan. Het gevolg daarvan is dat de Hoge Raad het beroep van de betrokkene niet in behandeling kan nemen (zie artikel 437 lid 2 in Pro samenhang met artikel 511h van het Wetboek van Strafvordering).

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en T.B. Trotman, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
8 oktober 2024.