ECLI:NL:PHR:2024:678
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens niet tijdig indienen middelen
De betrokkene was door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 84.963,55 aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Tevens bepaalde het hof de maximale duur van gijzeling op 1080 dagen. Tegen dit arrest stelde betrokkene cassatieberoep in.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad concludeerde dat de aanzegging van het cassatieberoep niet persoonlijk was betekend op 6 oktober 2022. Vervolgens heeft betrokkene niet binnen de wettelijke termijn van zestig dagen na deze aanzegging een schriftuur met middelen van cassatie ingediend. Hierdoor voldoet betrokkene niet aan de vereisten van art. 511h jo. art. 437, tweede lid, Sv.
De conclusie van de Procureur-Generaal is dat de Hoge Raad betrokkene niet-ontvankelijk moet verklaren in het cassatieberoep. Dit betekent dat het beroep niet inhoudelijk wordt behandeld en het arrest van het hof in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep van betrokkene wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdig indienen van de middelen van cassatie.