ECLI:NL:HR:2024:1228

Hoge Raad

Datum uitspraak
24 september 2024
Publicatiedatum
17 september 2024
Zaaknummer
24/00566
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 18.3 UitleveringswetArt. 11 UitleveringswetArt. 3.2 EUVArt. 12.2 EUV
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt beroep tegen uitlevering Bosnische verdachte wegens deelneming aan criminele organisatie

De zaak betreft een cassatieberoep van een Bosnische verdachte tegen een uitleveringsuitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant. De verdachte wordt verdacht van deelneming aan een criminele organisatie en illegale handel in drugs en wapens, en Bosnië en Herzegovina heeft om uitlevering verzocht.

De Hoge Raad heeft de klachten van de verdachte tegen de uitleveringsuitspraak beoordeeld. De klachten betroffen onder meer de genoegzaamheid van de stukken, het politieke karakter van het uitleveringsverzoek en de bevoegdheidsverdeling tussen de uitleveringsrechter en de minister met betrekking tot mogelijke schendingen van artikel 3 EVRM Pro.

De Hoge Raad oordeelt dat de klachten niet leiden tot vernietiging van de uitspraak en dat het niet nodig is om de motivering te geven, omdat beantwoording van de vragen niet van belang is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het beroep wordt verworpen, waarmee de uitlevering kan worden voortgezet.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de uitlevering kan doorgaan.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/00566 U
Datum24 september 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 14 februari 2024, nummer UTL-l-2022007274, op verzoek van Bosnië en Herzegovina tot uitlevering
van
[opgeëiste persoon] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979,
hierna: de opgeëiste persoon.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de opgeëiste persoon. Namens deze hebben N. van Schaik en H. Brentjes, beiden advocaat in Utrecht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadslieden van de opgeëiste persoon hebben daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
24 september 2024.