ECLI:NL:HR:2024:123

Hoge Raad

Datum uitspraak
27 februari 2024
Publicatiedatum
26 januari 2024
Zaaknummer
22/01066
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8.5 WVW 1994Art. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt strafoplegging voor rijden onder invloed van THC ondanks onjuistheid in Justitiële Documentatie

In deze strafzaak betrof het beroep in cassatie een veroordeling voor rijden onder invloed van THC, waarbij het hof een taakstraf van 50 uren, subsidiair 25 dagen hechtenis, en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor zes maanden oplegde. De verdachte voerde aan dat de strafmotivering onvoldoende was, mede omdat het hof onjuist had vermeld wanneer een eerdere soortgelijke veroordeling onherroepelijk was geworden.

De Hoge Raad heeft het cassatiemiddel beoordeeld en geoordeeld dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest. Het hof had de strafoplegging toereikend gemotiveerd, waarbij het gebruik van THC in het verkeer als gevaarlijk werd erkend en de eerdere veroordeling correct was meegewogen, ondanks de onjuistheid in de Justitiële Documentatie.

De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering nader toe te lichten, omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het beroep werd derhalve verworpen en het arrest van het hof bevestigd.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de taakstraf, hechtenis en ontzegging voor rijden onder invloed van THC.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/01066
Datum27 februari 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 14 maart 2022, nummer 22-003393-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en S. van den Akker, beiden advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
27 februari 2024.