ECLI:NL:PHR:2024:3
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevestiging strafoplegging voor rijden onder invloed van THC ondanks betwisting erkenning gevaar en eerdere veroordelingen
De verdachte werd door de politierechter veroordeeld wegens overtreding van artikel 8, vijfde lid van de Wegenverkeerswet 1994, met een taakstraf, voorwaardelijke rijontzegging en tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke geldboete. Het hof bevestigde dit vonnis. De verdachte stelde in cassatie dat het hof ten onrechte rekening hield met het niet erkennen van het gevaar van THC in het verkeer, terwijl hij dit in hoger beroep wel zou hebben erkend. Tevens werd aangevoerd dat het hof ten onrechte eerdere veroordelingen meewoog, omdat de Justitiële Documentatie onjuiste data bevatte over onherroepelijkheid.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof de strafmotivering voldoende heeft onderbouwd. De verdachte erkende wel het gevaar van THC in het verkeer, maar niet dat het gebruik dat langere tijd voor het rijden plaatsvond gevaar oplevert. Het hof mocht ook rekening houden met eerdere veroordelingen die onherroepelijk waren op het moment van het tenlastegelegde feit, ondanks een kennelijke fout in de Justitiële Documentatie. Eén eerdere veroordeling was onherroepelijk en dat volstond om het recidiveaspect mee te wegen.
Het middel faalde in alle onderdelen en het beroep werd verworpen. De Hoge Raad vond geen aanleiding tot vernietiging van het arrest. De strafoplegging blijft daarmee in stand, inclusief de taakstraf, voorwaardelijke rijontzegging en de tenuitvoerlegging van de eerdere geldboete.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bevestigd met de opgelegde taakstraf en voorwaardelijke rijontzegging.