ECLI:NL:HR:2024:126
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake naheffingsaanslagen omzetbelasting
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin het hoger beroep tegen naheffingsaanslagen omzetbelasting over de jaren 2011, 2012 en 2013 werd behandeld. De Staatssecretaris van Financiën voerde verweer. De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest.
De Hoge Raad heeft geen motivering gegeven voor het oordeel omdat de klachten niet relevant waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, zoals bedoeld in artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie. Tevens heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen.
Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad, en in het openbaar uitgesproken op 2 februari 2024. Hiermee blijft de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam ongewijzigd en wordt het beroep van belanghebbende verworpen.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof Amsterdam blijft in stand.