Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
5 november 2024.
Hoge Raad
De betrokkene werd door het gerechtshof Amsterdam veroordeeld tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, voortvloeiend uit de verkoop van cocaïne en deelname aan een criminele organisatie over een periode van vier jaar. Het hof hanteerde een extrapolatiemethode waarbij een representatieve periode van zes weken werd gebruikt om het voordeel over de gehele periode te schatten.
De betrokkene stelde in cassatie onder meer dat het hof onterecht was afgeweken van het in hoger beroep ingenomen standpunt en dat de gehanteerde extrapolatie niet representatief was. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet tot vernietiging konden leiden en dat het niet nodig was om de motivering nader toe te lichten, mede vanwege het ontbreken van vragen die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het beroep werd daarom verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de ontnemingsvordering zoals vastgesteld door het hof.