ECLI:NL:HR:2024:128
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betaling griffierecht
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht en een termijn van vier weken gesteld voor de betaling.
De brief is afgeleverd op het opgegeven adres, maar het griffierecht is niet betaald. Vervolgens heeft de griffier belanghebbende in de gelegenheid gesteld om te verklaren waarom het griffierecht niet is voldaan, waarbij een bericht in het digitale dossier is geplaatst en een kennisgeving per e-mail is verzonden.
Belanghebbende heeft geen gebruik gemaakt van deze gelegenheid. Op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Er is geen veroordeling in proceskosten opgelegd.
Het arrest is gewezen door de raadsheren Punt, Fierstra en Cools en in het openbaar uitgesproken op 2 februari 2024.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.