Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
20 september 2024.
Hoge Raad
Betrokkene heeft cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank Den Haag van 20 december 2023, waarin klachten werden geuit over de geldigheid van een indicatiebesluit van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) en de gevolgen daarvan voor een rechterlijke machtiging onder de Wet zorg en dwang (Wzd).
Het CIZ heeft geen verweerschrift ingediend. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd dat het cassatieberoep moet worden verworpen. De Hoge Raad heeft de klachten beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de beschikking van de rechtbank.
De Hoge Raad acht het niet nodig om de motivering van het oordeel te geven, omdat de klachten geen vragen bevatten die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De beschikking is gegeven door de vicepresident en raadsheren van de Hoge Raad en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer op 20 september 2024.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de beschikking van de rechtbank.