ECLI:NL:HR:2024:1321
Hoge Raad
- Artikel 80a RO-zaken
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk in belastingzaak
In deze zaak heeft belanghebbende beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 22 maart 2024, waarin het verzet van belanghebbende tegen een eerdere uitspraak van dezelfde rechtbank werd behandeld.
De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van het cassatieberoep beoordeeld en daarbij het advies van de procureur-generaal betrokken. Gezien de aard van de klachten en de inhoud van het dossier is geoordeeld dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen.
Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft de Hoge Raad daarom het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk verklaard. Tevens is besloten geen proceskosten aan belanghebbende op te leggen.
Het arrest is uitgesproken door de Hoge Raad op 27 september 2024, waarbij vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter en de raadsheren J. Wortel en A.E.H. van der Voort Maarschalk het arrest hebben gewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt niet-ontvankelijk verklaard met toepassing van artikel 80a RO.