ECLI:NL:HR:2024:1333

Hoge Raad

Datum uitspraak
27 september 2024
Publicatiedatum
26 september 2024
Zaaknummer
23/02159
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake aanslag inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet 2018

Belanghebbende heeft in cassatie beroep ingesteld tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 26 april 2023, waarin het hoger beroep tegen de aanslag inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet 2018 werd behandeld.

De Staatssecretaris van Financiën heeft verweer gevoerd, en belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend. De Hoge Raad heeft de klachten tegen het hof beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak.

De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de klachten inhoudelijk te motiveren, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Tevens zijn geen proceskosten aan belanghebbende toegekend.

Het arrest is op 27 september 2024 in het openbaar gewezen door de Hoge Raad, waarbij het cassatieberoep ongegrond werd verklaard.

Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer23/02159
Datum27 september 2024
ARREST
in de zaak van
[X] (hierna: belanghebbende)
tegen
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 26 april 2023, nr. 21/01534 [1] , op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nr. BRE 20/7941) betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2018 opgelegde aanslag in de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld.
De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

2.Beoordeling van de klachten

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.W.C. Feteris als voorzitter, en de raadsheren M.T. Boerlage en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 27 september 2024.