ECLI:NL:HR:2024:1335
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens ontbreken gronden
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag. Het beroepschrift bevatte niet de vereiste gronden zoals voorgeschreven in artikel 6:5, lid 1, letter d, Awb. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende op 17 juni 2024 in de gelegenheid gesteld dit verzuim binnen zes weken te herstellen, met een uiterste termijn van 29 juli 2024.
Belanghebbende heeft dit verzuim niet hersteld. Op grond hiervan heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard conform artikel 6:6 Awb Pro. Er is geen aanleiding gezien om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten.
Het arrest is uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 27 september 2024. Hiermee is het cassatieberoep definitief afgewezen vanwege procedurele tekortkomingen.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet indienen van de gronden binnen de gestelde termijn.