ECLI:NL:HR:2024:1346

Hoge Raad

Datum uitspraak
1 oktober 2024
Publicatiedatum
29 september 2024
Zaaknummer
22/04552
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 225.1 SrArt. 225.2 SrArt. 420ter.1 SrArt. 420bis.1.b SrArt. 353 Sv
Verwijzingen
7 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in zaak feitelijk leiding geven valsheid in geschrift en medeplegen gewoontewitwassen

In deze zaak stond verdachte terecht voor feitelijk leiding geven aan meermalen gepleegde valsheid in geschrift en medeplegen van gewoontewitwassen, begaan door een rechtspersoon. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden had verdachte veroordeeld en bepaalde tevens de teruggave van vier vakantieparken en een geldbedrag van €646.984,72 aan de rechthebbende.

Verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit arrest, waarbij onder meer werd geklaagd over innerlijke tegenstrijdigheden in de bewijsvoering omtrent witwassen en de kwalificatie daarvan, alsmede over de beslissing tot teruggave zonder duidelijke aanwijzing wie de rechthebbende was. De advocaat-generaal concludeerde tot verwerping van het beroep.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten onvoldoende waren om het arrest van het hof te vernietigen en dat motivering niet noodzakelijk was omdat de klachten niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het beroep werd derhalve verworpen en het arrest van het hof bleef in stand.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling van verdachte voor feitelijk leiding geven aan valsheid in geschrift en medeplegen gewoontewitwassen.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer22/04552
Datum1 oktober 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 1 december 2022, nummer 21-005660-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben M.E. van der Werf en D. Bektesevic, beiden advocaat in Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadslieden van de verdachte hebben daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
1 oktober 2024.