Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
1 oktober 2024.
Hoge Raad
Klaagster heeft een cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank Den Haag inzake beslag op twee personenauto’s en een geldbedrag in het kader van een strafzaak tegen een derde partij. In het vonnis van de strafrechter is één auto onttrokken aan het verkeer, terwijl het vonnis inmiddels onherroepelijk is geworden, waardoor cassatie op dat punt niet ontvankelijk is.
Daarnaast is de andere auto verkocht en is de opbrengst van € 9.345,- samen met het inbeslaggenomen geldbedrag van € 12.500,- teruggegeven aan klaagster. Dit betekent dat het beslag op deze voorwerpen is geëindigd en dat klaagster ook ten aanzien van deze voorwerpen niet ontvankelijk is in haar cassatieberoep.
De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van klaagster, hetgeen door de Hoge Raad is overgenomen. De Hoge Raad heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard en de beschikking is uitgesproken door de vice-president en raadsheren tijdens een openbare terechtzitting op 1 oktober 2024.
Uitkomst: Het cassatieberoep van klaagster wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onherroepelijkheid van het vonnis en beëindiging van het beslag.