ECLI:NL:PHR:2024:604

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
18 juni 2024
Publicatiedatum
5 juni 2024
Zaaknummer
22/03677
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 552a SvArt. 80a ROArt. 134 lid 2 onder a Sv
Verwijzingen
6 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens beëindiging beslag en onherroepelijkheid vonnis

De klaagster heeft bij de rechtbank Den Haag een klaagschrift ingediend tot opheffing van het beslag en teruggave van twee personenauto’s en een geldbedrag die zij als haar eigendom beschouwt. De rechtbank heeft dit klaagschrift op 20 september 2022 ongegrond verklaard. Vervolgens heeft de klaagster cassatieberoep ingesteld bij de Hoge Raad.

In het kader van de strafzaak tegen een verdachte is op 30 juni 2021 beslag gelegd op een Volkswagen Golf, een Seat Leon en een geldbedrag. Uit de stukken blijkt dat het vonnis van de rechtbank Den Haag van 18 november 2022, waarin de Seat Leon aan het verkeer is onttrokken, onherroepelijk is geworden. Hierdoor is het cassatieberoep met betrekking tot deze auto niet-ontvankelijk.

Daarnaast is de Volkswagen Golf verkocht en is de opbrengst van € 9.345, evenals het in beslag genomen geldbedrag van € 12.500, teruggegeven aan de klaagster. Dit betekent dat het beslag op deze voorwerpen is geëindigd op grond van artikel 134 lid 2 onder Pro a Sv, waardoor ook ten aanzien van deze voorwerpen het cassatieberoep niet-ontvankelijk is. De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad is dan ook dat het cassatieberoep van de klaagster niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de klaagster wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens beëindiging van het beslag en onherroepelijkheid van het vonnis.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer22/03677 B
Zitting18 juni 2024
CONCLUSIE
T.N.B.M. Spronken
In de zaak
[klaagster] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994,
hierna: de klaagster

1.Het cassatieberoep

1.1
De rechtbank Den Haag heeft bij beschikking van 20 september 2022 het klaagschrift ex art. 552a Sv strekkende tot opheffing van het beslag en teruggave van twee personenauto’s en een geldbedrag waarvan de klaagster stelt dat die haar in eigendom toebehoren ongegrond verklaard.
1.2
Er bestaat samenhang met de zaak 22/03678. In deze zaak is het cassatieberoep op de voet van art. 80a RO niet-ontvankelijk verklaard.
1.3
Het cassatieberoep is ingesteld namens de klaagster. R.A.J. Verploegh, advocaat in 's‑Gravenhage, heeft één middel van cassatie voorgesteld.
1.4
In het middel wordt geklaagd over de ongegrondverklaring van het klaagschrift, in het bijzonder over het oordeel van de rechtbank dat sterke aanwijzingen bestaan dat de voorwerpen niet aan de klaagster toebehoren.

2.Ontvankelijkheid van het cassatieberoep

2.1
Op grond van de gedingstukken kan in deze zaak van het volgende worden uitgegaan.
2.2
In het kader van de strafzaak tegen verdachte [ betrokkene 1] is op 30 juni 2021 op een Volkswagen Golf, een Seat Leon en een geldbedrag beslag gelegd. Op 14 juli 2022 is door de klaagster een klaagschrift ex art. 552a Sv ingediend strekkende tot opheffing van het beslag en teruggave van de auto’s en het geldbedrag waarvan zij stelt de rechthebbende te zijn. Het beklag is op 20 september 2022 door de rechtbank Den Haag ongegrond verklaard.
2.3
Bij de aan de Hoge Raad toegezonden stukken bevindt zich een vonnis van de rechtbank Den Haag van 18 november 2022 in de strafzaak tegen [ betrokkene 1] . In dit vonnis is de in beslag genomen Seat onttrokken aan het verkeer. Mij is ambtshalve bekend dat dit vonnis inmiddels onherroepelijk is geworden, zodat het cassatieberoep van de klaagster op dit punt niet-ontvankelijk is. [1]
2.4
Uit namens mij ingewonnen inlichtingen blijkt voorts dat de Volkswagen Golf is verkocht voor een bedrag van € 9.345 en dat dit bedrag inmiddels is teruggegeven aan de klaagster. Hetzelfde geldt voor het in beslag genomen geldbedrag van € 12.500. Dit betekent dat het beslag op de auto en het geldbedrag op grond van art. 134 lid 2 onder Pro a Sv is geëindigd en de klaagster ook ten aanzien van deze voorwerpen niet-ontvankelijk is in haar cassatieberoep. [2]

3.Conclusie

3.1
Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de klaagster in het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.Vgl. HR 10 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:1919.
2.HR 13 juli 2021, ECLI:NL:HR:2021:999, rov. 2.2-2.4.