ECLI:NL:HR:2024:1371

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 oktober 2024
Publicatiedatum
3 oktober 2024
Zaaknummer
24/01108
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 78 lid 4 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie tegen uitspraak Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State niet-ontvankelijk

De zaak betreft een beroep in cassatie van [X] tegen een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 20 maart 2024. De Hoge Raad heeft beoordeeld of het beroep in cassatie ontvankelijk is op grond van artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad stelt vast dat de wet geen mogelijkheid biedt tot beroep in cassatie tegen uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Hierdoor moet het beroep in cassatie niet-ontvankelijk worden verklaard.

De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Het arrest is op 4 oktober 2024 in het openbaar uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.

Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een wettelijke grondslag.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer24/01108
Datum4 oktober 2024
ARREST
op het door [X], vertegenwoordigd door M.C. Neslo, ingestelde beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 20 maart 2024, nr. 202305410/1/A2 [1] .

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

Op grond van artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie neemt de Hoge Raad alleen kennis van het beroep in cassatie tegen uitspraken van de bestuursrechter voor zover dit bij wet is bepaald. Er is geen wettelijke bepaling die beroep in cassatie openstelt tegen een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het beroep in cassatie moet daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren J. Wortel en M.T. Boerlage, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 4 oktober 2024.