Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
3.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
4.Beslissing
8 oktober 2024.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep tegen een uitspraak van het gerechtshof Den Haag in een zaak over ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. De betrokkene had een verzoek tot aanhouding van de procedure ingediend vanwege medische redenen die het vliegen van Turkije naar Nederland bemoeilijkten. Het hof wees dit verzoek af, mede omdat de medische verklaring slechts aangaf dat vliegen onhandig was, zonder nadere onderbouwing.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof niet verplicht was nader onderzoek te doen naar de medische verklaring of de betrokkene gelegenheid te bieden tot nadere onderbouwing. Tevens constateerde de Hoge Raad dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro in de cassatiefase was overschreden, doordat de stukken te laat waren ingezonden en de uitspraak meer dan twee jaar na het instellen van het cassatieberoep plaatsvond.
Desondanks leidde deze termijnoverschrijding niet tot vernietiging van de uitspraak in deze ontnemingszaak. De Hoge Raad verwees naar een samenhangende strafzaak waarin de termijnoverschrijding eveneens speelt en waarin zal worden beoordeeld of compensatie passend is. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt daarmee het oordeel van het hof.
Uitkomst: Hoge Raad verwerpt cassatieberoep en bevestigt afwijzing verzoek aanhouding ondanks overschrijding redelijke termijn.