Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
schuldis te onbepaald om zonder nadere omschrijving als kenmerk van een misdrijf te worden gesteld. Het onderscheid tusschen
culpa lataen
culpa levisis volstrekt niet denkbeeldig, en telkens doet zich bij de interpretatie der artikelen de vraag voor, of deze wet alleen de eerste of ook de laatste wil treffen. De strafwet moet zich bepalen tot de
culpa lata, maar vooral ook omdat in
jure civilireeds ontstentenis van overmagt of toeval voldoende kan zijn om de aansprakelijkheid te doen ontstaan, is eene bepaling noodzakelijk. Wel kan toegegeven worden dat de mate van schuld in de meeste gevallen door den regter zal moeten worden in aanmerking genomen bij de bepaling van het quantum der straf, maar de regter moet toch in de wet eene aanduiding vinden dat de culpa levis geheel is uitgesloten.
hoeveelkennis,
hoeveelbeleid is er nu noodig om van schuld vrij te wezen, met andere woorden hoe groot moet het gebrek aan nadenken, kennis, beleid zijn om als schuld te kunnen worden toegerekend? Is het voldoende dat men niet zóó nadacht, niet zóóveel wist, niet zóóveel beleid aanwendde als de meest nadenkende, de meest kundige, de meest voorzichtige mensch (
culpa levis)? Of wordt vereischt dat men minder nadacht, wist, beleidvol was dan de mensch in het algemeen (
culpa lata)? Zonder twijfel moet deze vraag in den laatsten zin worden beantwoord. Alleen die schuld (hetzij bewuste schuld of roekeloosheid, hetzij onbewuste schuld), behoort tot het gebied van ‘t strafrecht die in
foro civili“
culpa lata” genoemd wordt. De uitzonderingen die men oppervlakkig zou willen aannemen, zijn slechts uitzonderingen in schijn. Zeer zeker, hij die bijv. in zijn beroep handelt of, zonder een beroep uit te oefenen, zonder noodzaak, eene beroepsbezigheid vervult, is tot meer nadenken, kennis, beleid verplicht dan de mensch in ’t algemeen. Maar ook voor hem is het voldoende dat hij zóóveel nadenken, kennis, beleid openbaart als van de leden dier beroepsklassen
in 't algemeengevorderd wordt.
in ‘t algemeenonderzoeken, weten, doen. Dezelfde onnadenkendheid, onkunde, onvoorzichtigheid die voor den niet-medicus nog slechts
culpa leviszou zijn, kan voor den medicus
culpa latawezen. Maar
culpa latais steeds en voor allen noodig.”
De achtergrond van deze rechtspraak is dat van iedere verkeersdeelnemer mag worden verwacht dat hij zijn gedrag afstemt op (onder meer) andere, voor hem waarneembare of te verwachten verkeersdeelnemers aan wie hij voorrang moet verlenen of met wie hij anderszins in zijn rijgedrag rekening moet houden. Als bijvoorbeeld in een voorrangssituatie aannemelijk is geworden dat hij daadwerkelijk heeft gekeken of sprake was van zo’n andere verkeersdeelnemer maar hij desondanks een andere verkeersdeelnemer niet heeft opgemerkt, kan niet zonder meer worden gezegd dat hij in vergelijking met de verkeersdeelnemer in het algemeen aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag heeft vertoond.
Uit deze rechtspraak kan echter niet als algemene regel worden afgeleid dat schuld in de zin van artikel 6 WVW Pro 1994 in geen geval kan worden bewezenverklaard als de gedraging van de verdachte die heeft geleid tot het ongeval, haar aanleiding vindt in uitsluitend een enkel moment van onoplettendheid. De omstandigheden van het geval – waartoe ook de aard van de verkeerssituatie kan worden gerekend – kunnen immers zodanige aandacht vergen dat ook een kort moment van onoplettendheid als zeer onvoorzichtig kan worden aangemerkt.
Over de toedracht van dit ongeval heeft het hof vastgesteld dat de auto van de verdachte van haar weghelft is geraakt en de doorgetrokken streep heeft overschreden, waardoor deze op de rijbaan van het haar tegemoetkomende verkeer is terechtgekomen, vervolgens een abrupte bocht terug naar rechts heeft gemaakt en daarna op de doorgetrokken streep tegen het voertuig van [slachtoffer 2] is gebotst. Daarnaast heeft het hof overwogen dat “tijd gemoeid moet zijn geweest” met het afleggen van een afstand terwijl de verdachte rechtdoor bleef rijden in de bocht, voordat zij geheel op de verkeerde rijstrook reed.
3.Beoordeling van de cassatiemiddelen voor het overige
4.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
5.Beslissing
15 oktober 2024.