ECLI:NL:HR:2024:1435

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 oktober 2024
Publicatiedatum
11 oktober 2024
Zaaknummer
23/04353
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:658 BWArt. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in aansprakelijkheidszaak beveiliger met geweldsincident in Oostenrijk

Eiser heeft cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Den Haag van 8 augustus 2023, waarin de aansprakelijkheid van Dutchweek B.V. werd beoordeeld. De zaak betreft een geweldsincident waarbij eiser als beveiliger in Oostenrijk betrokken was en de vraag of de werkgever aansprakelijk is op grond van artikel 7:658 BW Pro voor schade die voortvloeit uit het zich moeten verantwoorden van de werknemer bij een Oostenrijkse rechter.

De Hoge Raad verwijst naar eerdere uitspraken van rechtbank Rotterdam en gerechtshof Den Haag voor het procesverloop en behandelt de klachten van eiser over het arrest van het hof. De conclusie van de Advocaat-Generaal was om het cassatieberoep te verwerpen, waarop de Hoge Raad aansluit.

De Hoge Raad oordeelt dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest en dat motivering niet nodig is omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het beroep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, die nihil worden begroot aan de zijde van Dutchweek.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en hij wordt veroordeeld in de kosten van het geding.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer23/04353
Datum11 oktober 2024
ARREST
In de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaten: J.H.M. van Swaaij en R.J. ter Rele,
tegen
DUTCHWEEK B.V.,
gevestigd te Ridderkerk,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Dutchweek,
niet verschenen.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak 8372774 \ CV EXPL 20-7605 van de rechtbank Rotterdam van 23 oktober 2020;
b. de arresten in de zaak 200.288.806/01 van het gerechtshof Den Haag van 23 februari 2021 en 8 augustus 2023.
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof van 8 augustus 2023 beroep in cassatie ingesteld.
Tegen Dutchweek is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal S.D. Lindenbergh strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaten van [eiser] hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Dutchweek begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren H.M. Wattendorff en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op
11 oktober 2024.