ECLI:NL:HR:2024:1437
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake voorlopige aanslag zuiveringsheffing 2019
Belanghebbende, een B.V., maakte beroep in cassatie tegen het arrest van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 5 oktober 2022 dat het hoger beroep behandelde tegen een uitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant over de voorlopige aanslag zuiveringsheffing 2019 opgelegd door het dagelijks bestuur van het Waterschap De Dommel.
De Hoge Raad heeft de ingediende klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad heeft daarbij geen nadere motivering gegeven omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 11 oktober 2024.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het arrest van het hof bevestigd.