ECLI:NL:HR:2024:144
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet betaling griffierecht
Belanghebbende, vertegenwoordigd door A.F.M.J. Verhoeven, stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag. De griffier van de Hoge Raad wees belanghebbende bij aangetekende brief op de verschuldigdheid van griffierecht en stelde een betalingstermijn van vier weken. Deze brief werd op het opgegeven adres afgeleverd.
Het griffierecht werd echter niet voldaan. Vervolgens plaatste de griffier een bericht in het digitale dossier van belanghebbende en stuurde een kennisgeving naar het opgegeven e-mailadres, waarin belanghebbende werd uitgenodigd om te reageren op het niet betalen van het griffierecht. Belanghebbende maakte geen gebruik van deze gelegenheid.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb verklaarde de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. Het arrest werd uitgesproken door de raadsheren E.N. Punt, M.A. Fierstra en P.A.G.M. Cools op 2 februari 2024.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.