Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de cassatiemiddelen
3.Beslissing
22 oktober 2024.
Hoge Raad
De zaak betreft een zware mishandeling met dodelijke afloop waarbij de verdachte in een pizzeria de keel van de eigenaresse gedurende enige tijd dichtkneep vanwege de prijs van een pizza. Als gevolg hiervan kreeg het slachtoffer enkele dagen later een herseninfarct en overleed.
De verdachte stelde in cassatie onder meer klachten in over het bewijs van opzet op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel en over de afwijzing van zijn verzoek tot het voegen van het volledige medisch dossier van het slachtoffer bij de processtukken, dan wel tot inzage daarin. De Hoge Raad heeft deze klachten beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het gerechtshof Den Haag.
De Hoge Raad motiveert zijn oordeel niet inhoudelijk omdat het niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. Het cassatieberoep is derhalve verworpen. Het arrest is gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en uitgesproken op 22 oktober 2024.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor zware mishandeling met dodelijke afloop blijft in stand.