Conclusie
Nummer22/04283
Inleiding
Het eerste middel
Ten aanzien van de feiten 1 en 2:
Verklaring verdachte
Nadere bewijsoverweging
Voorwaardelijk opzet op zwaar lichamelijk letsel
Causaal verband tussen de fysieke handeling(en) en het fataal gebleken letsel
eerste deelklachthoudt in dat uit de bewijsvoering niet kan worden afgeleid dat de verdachte (voorwaardelijk) opzet had op het toebrengen van het bewezenverklaarde zwaar lichamelijk letsel. In het bijzonder richt deze deelklacht zich tegen het oordeel dat sprake is geweest van een aanmerkelijk kans op het vastgestelde zwaar lichamelijk letsel. De
tweede deelklachthoudt in dat uit de bewijsvoering evenmin kan worden afgeleid dat de verdachte ten tijde van zijn handelen wetenschap had van de aanmerkelijke kans op het intreden van zwaar lichamelijk letsel. De
vierde deelklachthoudt, zo begrijp ik, in dat het hof de wetenschap van de aanmerkelijke kans ontoereikend heeft gemotiveerd omdat het slechts heeft vastgesteld dat de verdachte van de kwetsbaarheid van de halsstreek van het lichaam “had (…) kunnen en ook moeten weten”. Deze deelklachten lenen zich voor een gezamenlijke bespreking.
derde deelklachthoudt in dat uit de gebezigde bewijsmiddelen niet kan volgen dat de verdachte het slachtoffer relatief lang/gedurende langere tijd de keel heeft dicht geknepen. In het bijzonder zou de door het hof tot het bewijs gebezigde verklaring van de verdachte niet redengevend zijn voor de bewezenverklaring dat hij opzettelijk zwaar lichamelijk letsel aan het slachtoffer heeft toegebracht, omdat zijn verklaring afbreuk doet aan het oordeel dat gedurende langere tijd geweld is uitgeoefend op de keel van het slachtoffer.