ECLI:NL:HR:2024:1477
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake naheffingsaanslag loonbelasting
Belanghebbende, een besloten vennootschap, was in geschil met de Staatssecretaris van Financiën over een naheffingsaanslag loonbelasting over de jaren 2014 tot en met 2018, inclusief boetebeschikkingen en belastingrente. Na uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland en het Gerechtshof Amsterdam, stelde belanghebbende beroep in cassatie in tegen het hofarrest.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad motiveert dit oordeel niet inhoudelijk, omdat de klachten geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht oproepen, zoals bedoeld in artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Ook is geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en op 18 oktober 2024 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.