ECLI:NL:HR:2024:1491

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 oktober 2024
Publicatiedatum
18 oktober 2024
Zaaknummer
23/01320
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 350 lid 1 SrArt. 184 lid 1 SrArt. 342 lid 2 SvArt. 359 lid 6 SvArt. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
10 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Cassatieverwerping vernieling paslezer en niet voldoen aan ambtelijk bevel

In deze strafzaak stond de verdachte terecht voor vernieling van een paslezer in een lijnbus en het niet voldoen aan een ambtelijk bevel. Het hof 's-Hertogenbosch had de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier weken. De verdachte stelde in cassatie onder meer een bewijsklacht in over de vaststelling van vernieling, waarbij de vraag centraal stond of de verklaring van de buschauffeur voldoende werd ondersteund door ander bewijs volgens het bewijsminimum van art. 342 lid 2 Sv Pro (unus testis).

Daarnaast werd de strafmotivering door de verdachte bekritiseerd, met name of het hof voldoende bijzondere redenen had gegeven voor het opleggen van een vrijheidsbenemende straf conform art. 359 lid 6 Sv Pro. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep.

De Hoge Raad heeft de klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest. Omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, werd volstaan met een korte motivering. Het cassatieberoep is verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand met een gevangenisstraf van vier weken.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/01320
Datum22 oktober 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 22 maart 2023, nummer 20-001025-22, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1995,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.I. L'Ghdas, advocaat in Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en F. Posthumus, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
22 oktober 2024.