Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
22 oktober 2024.
Hoge Raad
In deze strafzaak stond de mishandeling centraal van een beveiliger en een medewerker van een supermarkt in Utrecht in 2020. De verdachte sloeg een beveiliger tegen de borst en boog met kracht diens vingers om, daarnaast trok hij een medewerker met kracht aan de arm nadat hij weigerde mee te werken aan een tassencontrole.
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelde dat de verdachte terecht was aangehouden op heterdaad van een strafbaar feit en verwierp zijn verweren. De verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit arrest.
De Hoge Raad heeft de klachten van de verdachte beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. Omdat de klachten geen vragen van belang voor de rechtsontwikkeling bevatten, is geen nadere motivering gegeven. Het beroep is derhalve verworpen.
De uitspraak werd gedaan door de Strafkamer van de Hoge Raad op 22 oktober 2024, waarbij de vice-president M.J. Borgers als voorzitter en raadsheren Y. Buruma en T.B. Trotman het arrest hebben gewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden.