Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste tot en met het vijfde cassatiemiddel
3.Beoordeling van het zesde cassatiemiddel
4.Beslissing
22 oktober 2024.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van verdachte tegen het arrest van het gerechtshof Den Haag waarin hij werd veroordeeld voor medeplegen van mensenhandel met een kwetsbare 16-jarige. Diverse cassatiemiddelen betroffen onder meer bewijsminimum, de betekenis van vrijspraak van medeverdachte, en de strafmotivering.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet tot vernietiging van het arrest konden leiden, behalve het middel dat betrekking had op de overschrijding van de redelijke termijn in cassatiefase. Deze termijn was overschreden doordat stukken te laat door het hof werden ingezonden en de uitspraak meer dan twee jaar na het instellen van het cassatieberoep volgde.
Dit leidde tot vernietiging van het deel van het arrest dat de duur van de gevangenisstraf betrof en tot vermindering van de straf van 27 naar 26 maanden. Het overige beroep werd verworpen. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 22 oktober 2024.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd van 27 naar 26 maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.