Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
22 oktober 2024.
Hoge Raad
Het openbaar ministerie heeft cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam van 4 juli 2023, waarbij een klaagschrift tot teruggave van inbeslaggenomen voorwerpen gegrond werd verklaard. De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van die beschikking en terugwijzing naar de rechtbank voor herbehandeling.
Na het uitbrengen van deze conclusie heeft het openbaar ministerie bij brief aan de griffie van de Hoge Raad laten weten dat opdracht is gegeven het beslag op de voorwerpen te beëindigen. Hierdoor heeft het openbaar ministerie geen belang meer bij een oordeel van de Hoge Raad over het cassatiemiddel.
De Hoge Raad oordeelt daarom dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk moet worden verklaard en wijst het beroep af. Dit betekent dat de eerdere beschikking van de rechtbank Amsterdam blijft staan en het beslag is beëindigd.
De uitspraak is gedaan door de strafkamer van de Hoge Raad op 22 oktober 2024, met als voorzitter vice-president M.J. Borgers en raadsheren M. Kuijer en C.N. Dalebout.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het openbaar ministerie het beslag heeft beëindigd en geen belang meer heeft bij het beroep.