Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.De procesgang
3.De beschikking
De raadsman van klagerheeft, naar aanleiding van het standpunt van het Openbaar Ministerie en ter toelichting op het klaagschrift, aan de hand van een pleitnota kort samengevat het volgende aangevoerd.
Klager heeft een klemmend belang bij opheffing van de beslagen, die bovendien niet gerechtvaardigd zijn op grond van de belangen van de artikelen 94 en 94a Wetboek van Strafvordering.
Alle inkomsten en uitgaven die in het dossier zijn beschreven zijn, op een enkele volstrekt ondergeschikte uitzondering na, giraal en traceerbaar. Er is nergens sprake van een contante instroom.
De personen in Indonesië die als lening geld hebben overgemaakt zijn allen familieleden van de klager en zijn echtgenote. Er is geen enkele aanwijzing dat er met deze leningen iets mis is. Indonesië staat niet toe dat grotere bedragen naar het buitenland worden overgemaakt, daarom is het via meerdere familieleden gegaan.
Uit het dossier blijkt niet dat klager onverklaarbare contante uitgaven heeft gedaan.
Tot op heden heeft er geen verdere medewerking plaatsgevonden van klager en zijn vrouw.
Bij het laatste nadere verhoor hebben zij zich op hun zwijgrecht beroepen.
De vraag is hoe lang gewacht moet blijven op een antwoord vanuit Indonesië. Als er geen antwoord komt, is er geen mogelijkheid voor het OM om de verklaring van klager te verifiëren. Voor de vraag welke partij aan zet is, speelt een rol welke partij de meest logisch aangewezen partij is om onderzoek te doen. Zo kan een verdachte die verklaart te beschikken over familiekapitaal veel gemakkelijker bepaalde vermogensbestanddelen blootleggen dan het Openbaar Ministerie. Als dat zo is, dan valt niet in te zien waarom het op de weg van het Openbaar Ministerie zou liggen om onderzoek te doen naar vermogensbestanddelen die liggen in de persoonlijke of familiesfeer van de verdachte.
Klager moet via zijn zussen aantonen waar het geld vandaan komt en hoe zij aan het geld zijn gekomen.
Het door de artikel 94 Sv Pro beschermde belang van strafvordering verzet zich tegen teruggave, nu niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter de verbeurdverklaring zal bevelen, dan wel dat het (ingevolge artikel 94a lid 1 en 2 Sv) niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, aan klager een geldboete zal opleggen en/of een ontneming zal opleggen.
De geldstromen van de toko’s staan niet meer ter discussie. Het onderzoek concentreert zich nog op de geldstromen uit Indonesië en Singapore ter financiering van onroerend goed. De verklaringen van de zussen kloppen niet met de gegevens van de notaris. Het is raar dat de ene zus wel een groot bedrag kan overmaken en de andere zus niet.
Het klaagschrift dient ongegrond verklaard te worden.”
gegronden gelast de opheffing van het beslag en teruggave van de hiervoor genoemde in beslag genomen voorwerpen aan klager.”