ECLI:NL:HR:2024:1503

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 oktober 2024
Publicatiedatum
18 oktober 2024
Zaaknummer
24/00591
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94a SvArt. 552a Sv
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens beëindiging beslag door openbaar ministerie

Het openbaar ministerie heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam die een klaagschrift tot teruggave van inbeslaggenomen voorwerpen gegrond verklaarde. Na de conclusie van de advocaat-generaal heeft het openbaar ministerie echter opdracht gegeven het beslag te beëindigen. Hierdoor is het belang van het openbaar ministerie bij een oordeel van de Hoge Raad komen te vervallen.

De Hoge Raad beoordeelde daarom de ontvankelijkheid van het beroep en concludeerde dat het beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard. De beschikking van de rechtbank blijft daarmee in stand en het cassatieberoep wordt niet inhoudelijk behandeld.

De beslissing werd genomen door de vice-president en raadsheren van de Strafkamer van de Hoge Raad tijdens een openbare terechtzitting op 22 oktober 2024.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het beëindigen van het beslag door het openbaar ministerie.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer24/00591 B
Datum22 oktober 2024
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam van 14 november 2023, nummer RK 23/017837, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965,
hierna: de klager.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door het openbaar ministerie. Het heeft bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot terugwijzing naar de rechtbank Amsterdam teneinde op het bestaande beklag opnieuw te worden behandeld en afgedaan.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

2.1
Het cassatieberoep is gericht tegen een beschikking van de rechtbank van 14 november 2023 waarbij een klaagschrift van de klager dat strekt tot teruggave van de in die beschikking genoemde inbeslaggenomen voorwerpen, gegrond is verklaard.
2.2
Nadat de advocaat-generaal haar conclusie had genomen, heeft het openbaar ministerie bij brief van 8 oktober 2024 aan de griffie van de Hoge Raad laten weten dat opdracht is gegeven het beslag te beëindigen. Dit brengt met zich dat het openbaar ministerie geen belang meer heeft bij een oordeel van de Hoge Raad over het voorgestelde cassatiemiddel. Het beroep moet daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
22 oktober 2024.