Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
5.Beslissing
5 november 2024.
Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor witwassen van geldbedragen. In eerste aanleg was sprake van vrijspraak. Het hof verklaarde bewezen dat de verdachte de geldbedragen in zijn bezit had, zonder te kiezen tussen opzet- of schuldwitwassen.
De verdachte stelde cassatieberoep in tegen het hofarrest, met klachten over de bewijsvoering en de bewezenverklaring. De Hoge Raad oordeelde dat deze klachten faalden, mede omdat de bewezenverklaring verbeterd kon worden gelezen en het bewijs toereikend was, zelfs zonder de als ongeloofwaardig beoordeelde verklaringen.
De advocaat-generaal adviseerde vernietiging van het hofarrest uitsluitend voor wat betreft de strafduur, vanwege overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro. De Hoge Raad volgde dit advies, vernietigde de strafduur en verminderde de gevangenisstraf van 38 naar 37 maanden, terwijl het beroep voor het overige werd verworpen.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd van 38 naar 37 maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn; het cassatieberoep wordt verder verworpen.