ECLI:NL:HR:2024:153
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep inzake AOW. De Hoge Raad beoordeelde de ontvankelijkheid van het beroep.
Belanghebbende had geen domicilieadres in Nederland gekozen en werd door de griffier bij aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht binnen vier weken. Dit griffierecht werd niet voldaan. Vervolgens kreeg belanghebbende een tweede brief met de mogelijkheid om een verklaring te geven voor het niet betalen, maar hier werd geen gebruik van gemaakt.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb werd het beroep in cassatie daarom niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad zag geen aanleiding om belanghebbende te veroordelen in proceskosten. Het arrest werd uitgesproken op 2 februari 2024 door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.