ECLI:NL:HR:2024:1543

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 oktober 2024
Publicatiedatum
24 oktober 2024
Zaaknummer
23/03894
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep inzake uitleg polisvoorwaarden verzekeringsdekking corrosieschade motortankschip

De zaak betreft een geschil tussen de V.O.F. en EOC over de vraag of een verzekeringspolis dekking biedt voor schade veroorzaakt door een corrosieproces in een motortankschip. De V.O.F. stelde dat de polis dekking moest bieden, terwijl EOC dit betwistte. De rechtbank Rotterdam en het gerechtshof Den Haag hebben eerder over deze kwestie geoordeeld.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van de V.O.F. beoordeeld, waarbij de klachten over het arrest van het hof niet konden leiden tot vernietiging. De Hoge Raad vond het niet nodig om de motivering van het hof nader te onderzoeken, omdat de vragen niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht volgens artikel 81 lid 1 RO Pro.

De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en de V.O.F. veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding. Hiermee blijft het oordeel van het hof dat de polis geen dekking biedt voor de corrosieschade in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de V.O.F. wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer23/03894
Datum25 oktober 2024
ARREST
In de zaak van
[de V.O.F.],
gevestigd te [vestigingsplaats],
EISERES tot cassatie,
hierna: [de V.O.F.],
advocaat: S.L. Haanschoten,
tegen
E.O.C. ONDERLINGE SCHEPENVERZEKERING U.A.,
gevestigd te Meppel,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: EOC,
advocaten: G.C. Nieuwland en P.J. Tanja.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. het vonnis in de zaak C/10/591728 / HA ZA 20-198 van de rechtbank Rotterdam van 3 november 2021;
b. de arresten in de zaak 200.306.930/01 van het gerechtshof Den Haag van 8 maart 2022 en 11 juli 2023.
[de V.O.F.] heeft tegen het arrest van het hof van 11 juli 2023 beroep in cassatie ingesteld.
EOC heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor EOC toegelicht door haar advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal B.J. Drijber strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [de V.O.F.] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van EOC begroot op € 857,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [de V.O.F.] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren F.J.P. Lock en F.R. Salomons, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op
25 oktober 2024.