ECLI:NL:HR:2024:155

Hoge Raad

Datum uitspraak
2 februari 2024
Publicatiedatum
1 februari 2024
Zaaknummer
22/03232
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 23 PensioenwetArt. 25 Pensioenwet
Verwijzingen
6 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake bijbetalingsverplichting pensioenuitvoeringsovereenkomst

IV-Groep c.s. heeft cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Den Haag van 31 mei 2022, waarin het hof oordeelde over de uitleg van een uitvoeringsovereenkomst met een pensioenverzekeraar en de vraag of daarin een bijbetalingsverplichting bij dekkingstekort mag worden overeengekomen.

De Hoge Raad verwijst naar zijn eerdere arrest van 18 december 2020 (ECLI:NL:HR:2020:2099) en beoordeelt dat de klachten van IV-Groep c.s. tegen het hofarrest niet leiden tot vernietiging. De Hoge Raad acht het niet nodig om de motivering te geven omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

De Hoge Raad verwerpt het beroep en veroordeelt IV-Groep c.s. in de kosten van het cassatiegeding, begroot op €14.229 aan verschotten en €2.200 aan salaris, vermeerderd met wettelijke rente bij niet-tijdige betaling.

De uitspraak is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en raadsheren Sieburgh, Schaafsma, Salomons en Makkink, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer ter Heide.

Uitkomst: Het cassatieberoep van IV-Groep c.s. wordt verworpen en zij worden veroordeeld in de kosten van het geding.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer22/03232
Datum2 februari 2024
ARREST
In de zaak van
1. IV-GROEP B.V.,
gevestigd te Papendrecht,
2. IV-INFRA B.V.,
gevestigd te Papendrecht,
3. IV-CONSULT B.V.,
gevestigd te Papendrecht,
4. NEVESBU B.V.,
gevestigd te Papendrecht,
5. IV-OIL & GAS B.V.,
gevestigd te Papendrecht,
6. IV-WATER B.V.,
gevestigd te Zwijndrecht,
7. IV-INDUSTRIE B.V.,
gevestigd te Papendrecht,
8. ESCHER PROCES MODULES B.V.,
gevestigd te Eindhoven,
9. IV-BOUW B.V.,
gevestigd te Papendrecht,
EISERESSEN tot cassatie,
hierna gezamenlijk: IV-Groep c.s.,
advocaat: M.W. Scheltema,
tegen
SRLEV N.V.,
gevestigd te Alkmaar,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: Zwitserleven,
advocaat: R.L.M.M. Tan.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding tot dusver verwijst de Hoge Raad naar:
a. zijn arrest in de zaak 19/00186 van 18 december 2020 (ECLI:NL:HR:2020:2099);
b. het arrest in de zaak 200.291.998/01 van het gerechtshof Den Haag van 31 mei 2022.
IV-Groep c.s. hebben tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Zwitserleven heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, voor IV-Groep c.s. mede door J.B.B. Heinen, en voor Zwitserleven mede door J.R Vlek en M. Malycha.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van IV-Groep c.s. heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt IV-Groep c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Zwitserleven begroot op € 14.229,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien IV-Groep c.s. deze niet binnen veertien dagen na heden hebben voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en de raadsheren C.H. Sieburgh, S.J. Schaafsma, F.R. Salomons en G.C. Makkink, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A.E.B. ter Heide op
2 februari 2024.