Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
2 februari 2024.
Hoge Raad
IV-Groep c.s. heeft cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Den Haag van 31 mei 2022, waarin het hof oordeelde over de uitleg van een uitvoeringsovereenkomst met een pensioenverzekeraar en de vraag of daarin een bijbetalingsverplichting bij dekkingstekort mag worden overeengekomen.
De Hoge Raad verwijst naar zijn eerdere arrest van 18 december 2020 (ECLI:NL:HR:2020:2099) en beoordeelt dat de klachten van IV-Groep c.s. tegen het hofarrest niet leiden tot vernietiging. De Hoge Raad acht het niet nodig om de motivering te geven omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
De Hoge Raad verwerpt het beroep en veroordeelt IV-Groep c.s. in de kosten van het cassatiegeding, begroot op €14.229 aan verschotten en €2.200 aan salaris, vermeerderd met wettelijke rente bij niet-tijdige betaling.
De uitspraak is gewezen door de vicepresident M.J. Kroeze als voorzitter en raadsheren Sieburgh, Schaafsma, Salomons en Makkink, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer ter Heide.
Uitkomst: Het cassatieberoep van IV-Groep c.s. wordt verworpen en zij worden veroordeeld in de kosten van het geding.