Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Afdeling Civiel recht
1.Iv-Groep B.V.,
3. Iv-Consult B.V.,
4. Nevsbu B.V.,
5. Iv-Oil & Gas B.V.,
6. Iv-Water B.V.,
7. Iv-Industrie B.V.,
8. Escher Proces Moudules B.V.,
9. Iv-Bouw B.V.
1.Waar deze zaak over gaat
2.Het verloop van het geding
3.Inleiding
Hoofdstuk 3 – Grondslagen van de verzekering
Aanvaarding risico
Grondslagen sterftetabel
Voorwaarden rekenrente
Geldigheidsduur tarieven
Doel
Aanwending
Doel
Doel
Financiering
Aanwending
Beleggingsbeleid
Zwitserleven dekkingsgraad
Beëindiging uitvoeringsovereenkomst
Vaststellen overnamekoopsom
Financiering van een gesignaleerd tekort
- i) In de Afsprakenbrief zijn voor Iv-Groep ongunstiger afspraken vastgelegd dan in de Uitvoeringsovereenkomst, onder meer ten aanzien van de dekkingsgraadformule en de beëindiging van het recht de verzekering premievrij achter te laten.
- ii) Zwitserleven heeft sinds de Afsprakenbrief de garantieplicht uit de verzekeringsovereenkomst, althans de wettelijke tariefgarantieplicht, geschonden.
- iii) Zwitserleven heeft bij de totstandkoming van de Afsprakenbrief haar mededelings- of zorgplicht althans haar privaat- en publiekrechtelijke onderzoeks-, informatie- en waarschuwingsplichten, geschonden.
- iv) De uit de Afsprakenbrief voortvloeiende bijstortverplichting is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar, gelet op de extreem gedaalde marktrente in 2014, de toegenomen langlevenverwachting, het feit dat Zwitserleven geen schade lijdt omdat zij voor zichzelf de rente-invloed heeft afgedekt, en omdat zeer nadelig is afgeweken van de boekhoudregels overeenkomstig de Solvency II-richtlijn.
- v) Zwitserleven heeft vanaf 6 december 2013 de zorgplicht om de tariefrisico’s met een deugdelijke beleggingsmix af te dekken, geschonden.
4.Beoordeling van het hoger beroep na cassatie en verwijzing
durationvan de verplichtingen van de actieve deelnemers. De Uitvoeringsovereenkomst bevat verder regels over het GBD, het beleggingsdepot waarin de premies gestort werden waarmee wordt belegd om kapitaal op te bouwen om de pensioenen te kunnen uitkeren. In art. 12 van Pro de Uitvoeringsovereenkomst is bepaald dat Zwitserleven onder bepaalde omstandigheden van Iv-Groep kan verlangen dat zij een bankgarantie verstrekt om er zeker van te kunnen zijn dat er voldoende middelen in het depot aanwezig zijn opdat, gegeven het langlevenrisico en de beleggingsrisico’s, alle verzekerde uitkeringen uit het depot kunnen worden voldaan. De uit art. 12 voortvloeiende Pro verplichtingen van Iv-Groep hebben te maken met het feit dat Iv-Groep invloed had op de beleggingsmix en (tot op zekere hoogte) kon profiteren van eventuele rendementen die met de beleggingen behaald werden (vgl. art. 11 van Pro de Uitvoeringsovereenkomst). Het gevolg hiervan was dat er meer risicovol werd belegd dan Zwitserleven zonder de inspraak van Iv-Groep zou hebben gedaan. Om dit risico af te dekken, berekende Zwitserleven periodiek de dekkingsgraad en verlangde zij extra zekerheden van Iv-Groep als de dekkingsgraad onder een bepaald niveau zakte.
- Ingevolge art. 12 lid 2 van Pro de Uitvoeringsovereenkomst werd de dekkingsgraad bepaald door – kort gezegd – de activa te delen door de ‘waarde van de voorziening verzekeringsverplichting’. De ‘verzekeringsverplichtingen’ worden gewaardeerd op basis van “de laagste van de gemiddelde rekenrente en op dat moment geldende marktrente”. De marktrente wordt bepaald “aan de hand van een aantal staatsobligaties, rekening houdend met de
- Ook in de MWDG-formule uit de Afsprakenbrief wordt de dekkingsgraad bepaald door – kort gezegd – de activa te delen door de ‘voorziening verzekeringsverplichtingen op marktwaarde’. Ook hier is voor het vaststellen van de waarde van de verzekeringsverplichtingen de marktrente van belang. De toepasselijke marktrente is in dit geval een gewogen gemiddelde uit de markrentecurve (een afgeleide van de Euro Swap Curve op basis van de 6-maands Euribor, een en ander zoals nader gedefinieerd in de Afsprakenbrief).
durationgematchte beleggingsportefeuille”. Tussen partijen staat vast dat de alternatieve dekkingsgraad tot gunstigere resultaten voor Iv-Groep kon leiden, in die zin dat zij op grond van de alternatieve dekkingsgraad methode minder snel een bankgarantie behoefde te stellen. Niet voor niets werd deze methode door partijen de “roze bril methode” genoemd. Het wegvallen van de alternatieve dekkingsgraad zou voor Iv-Groep een verslechtering kunnen inhouden. In hoeverre dat daadwerkelijk het geval is, heeft Iv-Groep in haar memorie van grieven niet toegelicht. Het hof zal hier dan ook niet verder op ingaan.
Afsprakenbriefde tariefgarantie is geschonden en dat dat strijdig is met de Pensioenwet en/of het verzekeringsrecht. Aldus opgevat gaat grief 4 niet op. Zoals hiervoor is overwogen wijkt de MWDG-formule niet principieel af van de Zwitserleven dekkingsgraad formule uit de Uitvoeringsovereenkomst. Nu Iv-Groep kennelijk van mening is dat de oorspronkelijk overeengekomen dekkingsgraadformule juridisch wel door de beugel kon, valt niet in te zien waarom dat voor de MWDG-formule in de Afsprakenbrief anders zou zijn. De Afsprakenbrief is evenmin in strijd met de openbare orde.
durationmismatch (een
durationvan 6 voor de beleggingen en een
durationvan 23 voor de pensioenverplichtingen). Er was dus een extreem marktrenterisico en Zwitserleven heeft onvoldoende gedaan ter bescherming van de belangen van Iv-Groep. Zwitserleven is toerekenbaar tekortgeschoten in het vermogensbeheer door Iv-Groep te veel bloot te stellen aan het marktrenterisico en onvoldoende risicomanagement toe te passen. Dit geldt te meer omdat Iv-Groep een laag risicoprofiel had en er belegd werd met een pensioendoelstelling. Aldus Iv-Groep.