ECLI:NL:HR:2024:1567
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en een termijn van vier weken gesteld voor betaling. Het griffierecht is echter niet voldaan.
Vervolgens heeft de griffier belanghebbende nogmaals bij aangetekende brief in de gelegenheid gesteld om te reageren op de niet-betaling. Deze brief is afgeleverd op het opgegeven adres, maar belanghebbende heeft geen gebruik gemaakt van deze mogelijkheid.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht moet het beroep in cassatie daarom niet-ontvankelijk worden verklaard. De Hoge Raad ziet geen aanleiding om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten.
Het arrest is vastgesteld door de vice-president en raadsheren in de raadkamer en op 1 november 2024 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.