Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
8 november 2024.
Hoge Raad
De zaak betreft een geschil tussen een man en de erfgenamen van zijn overleden partner over de verdeling van de overwaarde van een woning. De man vordert betaling van de helft van de overwaarde, stellende dat er een stilzwijgende afspraak bestond dat de woning gemeenschappelijk was. De rechtbank kende hem een beperkte vergoeding toe, maar het hof wees zijn vordering af omdat de man onvoldoende had onderbouwd dat er een stilzwijgende afspraak bestond. Het hof passeerde tevens zijn bewijsaanbod.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het bewijsaanbod werd gepasseerd en dat de man zijn stellingen over de stilzwijgende afspraak voldoende heeft onderbouwd om getuigenbewijs te mogen leveren. Het hof heeft ten onrechte geconcludeerd dat de man onvoldoende bewijs heeft aangevoerd, mede omdat de man concrete feiten en omstandigheden heeft aangedragen, waaronder handgeschreven notities van de vrouw en bewijs van betalingen.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof Den Haag en verwijst de zaak naar het gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling en beslissing. Tevens worden de erfgenamen veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak naar het gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling.