Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het zesde cassatiemiddel
4.Beoordeling van de cassatiemiddelen voor het overige
5.Beslissing
6 februari 2024.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag in een witwaszaak waarbij verdachte werd veroordeeld voor het witwassen van €321.300. De verdediging had een verzoek gedaan tot het horen van drie getuigen, dat door het hof op 3 juni 2016 werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en niet-noodzakelijkheid. Later behandelde het hof de zaak in een gewijzigde samenstelling tijdens terechtzittingen in hoger beroep in september en oktober 2021.
De Hoge Raad oordeelt dat het onderzoek ter terechtzitting opnieuw is aangevangen na de wijziging van de samenstelling van het hof, ook al is dit niet expliciet in het proces-verbaal vermeld. Hierdoor kan niet in cassatie worden geklaagd over de eerdere afwijzing van het getuigenverzoek. Daarnaast is vastgesteld dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro is overschreden door late toezending van stukken en de lange duur van het cassatieproces.
Als gevolg hiervan vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof uitsluitend wat betreft de strafmaat en vermindert de gevangenisstraf tot 290 dagen, waarvan 200 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Het beroep wordt voor het overige verworpen. De overige klachten leiden niet tot vernietiging en behoeven geen nadere motivering.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot 290 dagen, waarvan 200 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.