ECLI:NL:HR:2024:1645

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 november 2024
Publicatiedatum
11 november 2024
Zaaknummer
23/01450
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 244 Sr (oud)Art. 245 Sr (oud)Art. 6 EVRMArt. 342 lid 2 SvArt. 316 Sv
Verwijzingen
9 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in ontuchtzaak tegen huisvriend familie

De zaak betreft een cassatieberoep van een verdachte die werd verdacht van ontucht met een 9-jarig en een 13-jarig meisje, waarbij het hof de feiten bewezen achtte ondanks vrijspraak in eerste aanleg. De verdachte voerde onder meer een bewijsklacht aan en stelde dat het hof had moeten toetsen aan het recht op een eerlijk proces zoals gewaarborgd in artikel 6 EVRM Pro.

De advocaat-generaal concludeerde tot verwerping van het cassatieberoep, stellende dat het hof zijn oordeel voldoende had gemotiveerd en dat het niet onbegrijpelijk was dat het hof geen ambtshalve nader onderzoek noodzakelijk achtte. De Hoge Raad volgde deze conclusie en verwierp het beroep in cassatie.

De Hoge Raad bevestigde daarmee dat het oordeel van het hof over de bewijswaardering en de procesrechtelijke aspecten niet onbegrijpelijk was en dat er geen schending was van het recht op een eerlijk proces. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren, waarmee het cassatieberoep definitief werd afgewezen.

Uitkomst: Hoge Raad verwerpt cassatie en bevestigt bewezenverklaring ontucht door hof.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/01450
Datum26 november 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 13 april 2023, nummer 22-003555-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.R. Mantz, advocaat in Den Haag, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel komt op tegen de bewezenverklaring van de onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten.
2.2
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
26 november 2024.