ECLI:NL:HR:2024:1645

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 november 2024
Publicatiedatum
11 november 2024
Zaaknummer
23/01450
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Cassatie tegen vrijspraak ontucht met minderjarige door huisvriend

In deze zaak heeft de Hoge Raad op 26 november 2024 uitspraak gedaan in een cassatieprocedure tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag, dat op 13 april 2023 had plaatsgevonden. De zaak betreft een 22-jarige huisvriend van de familie die beschuldigd werd van ontucht met een 9-jarig en 13-jarig meisje. In eerste aanleg was de verdachte vrijgesproken. De Hoge Raad kreeg het cassatiemiddel voorgesteld door de advocaat van de verdachte, M.R. Mantz, die het oordeel van het hof aanvecht. De advocaat-generaal, T.N.B.M. Spronken, concludeerde tot verwerping van het beroep.

De Hoge Raad heeft in zijn beoordeling vastgesteld dat het hof voldoende bewijs heeft gevonden voor de ontuchtige handelingen, gebaseerd op de verklaringen van het slachtoffer en andere getuigen. Het hof heeft geoordeeld dat de verklaringen van de aangeefster steun vinden in andere verklaringen, wat niet onbegrijpelijk is. De Hoge Raad heeft ook het argument van de verdediging verworpen dat het hof ambtshalve nader onderzoek had moeten instellen. De Hoge Raad concludeert dat er geen schending is van het recht op een eerlijk proces zoals gewaarborgd door artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).

Uiteindelijk heeft de Hoge Raad het beroep verworpen, wat betekent dat de vrijspraak van de verdachte in stand blijft. Dit arrest benadrukt de rol van de Hoge Raad in het waarborgen van een eerlijk proces en de beoordeling van bewijs in strafzaken.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/01450
Datum26 november 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 13 april 2023, nummer 22-003555-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.R. Mantz, advocaat in Den Haag, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel komt op tegen de bewezenverklaring van de onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten.
2.2
Het cassatiemiddel leidt niet tot cassatie. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
26 november 2024.