Uitspraak
1.De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
2.De aanvraag tot herziening
3.Bewezenverklaring en bewijsvoering
4.Beoordeling van de aanvraag
5.Beslissing
19 november 2024.
Hoge Raad
De aanvrager is door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot een gevangenisstraf van dertien maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk, wegens het opzettelijk telen en aanwezig hebben van hennep en diefstal van elektriciteit door middel van verbreking. Hij heeft in eerste aanleg en hoger beroep bekennende verklaringen afgelegd waarin hij de verantwoordelijkheid voor de hennepkwekerij op zich nam.
In het herzieningsverzoek voert de aanvrager aan dat hij deze verklaringen heeft afgelegd om zijn vader te beschermen, die volgens hem de werkelijke eigenaar van de kwekerij was. Hij komt met een verklaring terug op zijn eerdere bekennende verklaringen en voegt een overzicht van declaraties van zijn toenmalige raadsman toe, waarin wordt gesteld dat de vader van de aanvrager heeft aangegeven dat het verhaal anders in elkaar steekt.
De Hoge Raad oordeelt dat de aanvrager onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt waarom hij op zijn eerdere verklaringen terugkomt. De straf die hij heeft gekregen was een gevangenisstraf en geen taakstraf, en hij heeft tijdens de procedure in hoger beroep opnieuw bekennende verklaringen afgelegd. De stukken en verklaringen die zijn overgelegd, wekken geen ernstig vermoeden dat de eerdere verklaringen onjuist waren.
Daarom wijst de Hoge Raad het verzoek tot herziening af en bevestigt de strafrechtelijke veroordeling van de aanvrager.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het herzieningsverzoek af wegens onvoldoende aannemelijkheid van onjuiste bekennende verklaringen.