Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
19 november 2024.
Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld in een zaak betreffende verstoring van orde, rust en veiligheid of goede bedrijfsgang, zoals bedoeld in artikel 72 van Pro de Wet personenvervoer 2000. Tegen de strafbeschikking werd verzet ingesteld, maar het hof verklaarde dit verzet niet-ontvankelijk omdat de strafbeschikking was voldaan door de bewindvoerder van de verdachte.
De verdachte stelde cassatieberoep in tegen deze beslissing. De Hoge Raad overwoog dat het hof ten onrechte had geoordeeld dat door betaling door de bewindvoerder de bevoegdheid van de verdachte om verzet in te stellen was komen te vervallen. De Hoge Raad verwijst naar een samenhangende zaak (ECLI:NL:HR:2024:1677) waarin deze rechtsvraag uitvoerig is behandeld.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak terug naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor een nieuwe berechting en beslissing op het bestaande hoger beroep. Het arrest werd uitgesproken door de strafkamer onder voorzitterschap van vice-president M.J. Borgers, met raadsheren M. Kuijer en F. Posthumus.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting.