ECLI:NL:PHR:2024:969
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet-ontvankelijkverklaring verzet tegen strafbeschikking en terugwijzing naar hof
In deze zaak heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden het vonnis van de kantonrechter Midden-Nederland vernietigd en de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het verzet tegen een strafbeschikking. De verdachte had cassatieberoep ingesteld tegen deze niet-ontvankelijkverklaring, waarbij werd aangevoerd dat de betaling van de boete door de bewindvoerder vanwege onderbewindstelling van de verdachte niet als afstand van het recht op verzet kan worden gezien.
De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft geconcludeerd dat het oordeel van het hof dat door betaling afstand is gedaan van het verzetrecht, een onjuiste rechtsopvatting bevat. Hij acht het oordeel niet begrijpelijk gelet op de omstandigheden rond de onderbewindstelling en de betaling door de bewindvoerder.
De conclusie van de procureur-generaal is dat het middel slaagt en dat er geen andere gronden zijn om de bestreden uitspraak te handhaven. Daarom wordt voorgesteld het arrest te vernietigen en de zaak terug te verwijzen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor een nieuwe behandeling van het hoger beroep.
Deze conclusie betreft een cassatieprocedure waarbij het centrale punt de ontvankelijkheid van het verzet tegen een strafbeschikking is, waarbij bijzondere aandacht is voor de juridische gevolgen van betaling door een bewindvoerder.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.