Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
19 november 2024.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin het hof oordeelde dat het verzet tegen een strafbeschikking niet-ontvankelijk was omdat de verdachte afstand zou hebben gedaan van het recht om verzet in te stellen door betaling via een bewindvoerder.
De Hoge Raad overweegt dat het oordeel van het hof onjuist is en sluit daarbij aan bij de motivering in een gelijktijdig arrest (ECLI:NL:HR:2024:1677). Het cassatiemiddel slaagt derhalve en de Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof.
De zaak wordt terugverwezen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor een nieuwe behandeling en beslissing op het hoger beroep. De uitspraak is gedaan door de vice-president en raadsheren van de Strafkamer van de Hoge Raad tijdens een openbare terechtzitting op 19 november 2024.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest en wijst zaak terug voor nieuwe berechting.