ECLI:NL:PHR:2024:959
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring in verzet tegen strafbeschikking na betaling
In deze zaak staat de vraag centraal of de verdachte terecht niet-ontvankelijk is verklaard in het verzet tegen een strafbeschikking, omdat hij de opgelegde boete reeds heeft betaald. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden had het vonnis van de kantonrechter vernietigd en de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het verzet tegen de strafbeschikking van 29 november 2018.
De verdediging voerde aan dat de niet-ontvankelijkverklaring onjuist was, mede vanwege omstandigheden rondom de onderbewindstelling van de verdachte en de betaling van de boete door de bewindvoerder. De A-G oordeelt dat het oordeel van het hof dat betaling van de boete afstand doet van het recht op verzet een onjuiste rechtsopvatting bevat, althans onbegrijpelijk is.
De conclusie van de A-G is dat het middel slaagt en dat het arrest van het hof vernietigd moet worden. De zaak wordt terugverwezen naar het hof Arnhem-Leeuwarden voor een nieuwe beoordeling van het hoger beroep op het bestaande dossier. Er zijn geen ambtshalve gronden voor vernietiging aangetroffen.
Deze conclusie sluit aan bij meerdere soortgelijke zaken die gelijktijdig zijn behandeld, waarbij ook tot vernietiging en terugwijzing is geconcludeerd.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.