ECLI:NL:HR:2024:1691

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 november 2024
Publicatiedatum
18 november 2024
Zaaknummer
23/03273
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 157 SrArt. 158 lid 1 SrArt. 158 lid 2 SrArt. 81 lid 1 RO
Verwijzingen
6 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in zaak ontploffing en brand door schuld in synthetische drugsproductie

De zaak betreft een incident waarbij in een loods een ontploffing en brand ontstonden door het gebruik van open vuur onder een ketel voor de productie van synthetische drugs. De verdachte werd door het hof Arnhem-Leeuwarden vrijgesproken van opzettelijke brandstichting (art. 157 Sr Pro), maar wel veroordeeld voor het veroorzaken van ontploffing en brand door schuld (art. 158 lid 1 en Pro 2 Sr).

In cassatie stelde de verdachte een bewijsklacht in en voerde hij aan dat het hof innerlijk tegenstrijdig had geoordeeld door de culpoze variant bewezen te verklaren terwijl het opzettelijke feit niet was bewezen. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht de culpoze variant had bewezen verklaard en dat de klachten niet tot vernietiging konden leiden.

De Hoge Raad vond dat het niet nodig was om de motivering nader toe te lichten omdat de klachten niet relevant waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het cassatieberoep werd derhalve verworpen, waarmee het arrest van het hof in stand bleef.

De uitspraak werd gedaan door de vice-president van den Brink als voorzitter en de raadsheren Kooijmans en Dalebout, op 26 november 2024.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; verdachte blijft veroordeeld voor het veroorzaken van ontploffing en brand door schuld.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/03273
Datum26 november 2024
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 16 augustus 2023, nummer 21-001314-23, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo, beiden advocaat in Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
26 november 2024.