Conclusie
1.Het cassatieberoep
culpoosteweegbrengen van een ontploffing en brand. Gesteld wordt dat de bewezenverklaring van dit feit strijdig is met de overwegingen van het hof omtrent de vrijspraak van het onder 1 primair ten laste gelegde
doleusteweegbrengen van deze ontploffing en brand.
2.Bewezenverklaring en bewijsconstructie ten aanzien van feit 1
3.Het middel
opzettelijkteweegbrengen van de voornoemde brand en explosie heeft overwogen “dat op basis van het dossier niet is vast te stellen of en zo ja, welke handelingen verdachte heeft verricht waardoor de ontploffing en de brand in de loods zijn ontstaan”. Deze overwegingen hebben betrekking op de vraag of de verdachte de brand dan wel een ontploffing opzettelijk heeft veroorzaak, waarvoor is vereist dat uit de bewijsmiddelen blijkt dat de verdachte handelingen heeft begaan waaruit kan worden afgeleid dat zijn wil gericht was op het veroorzaken van de ontploffing dan wel de brand of in ieder geval dat zijn handelingen indiceren dat hij willens en wetens de aanmerkelijke kans hierop heeft aanvaard. Voor een veroordeling wegens het veroorzaken van brand door schuld zoals is strafbaar gesteld in art. 158 Sr Pro is niet vereist dat precies komt vast te staan welke handelingen de verdachte heeft verricht in de aanloop naar de explosie. [5] Het zich bezighouden met een
gevaarlijk en illegaalproductieproces is, behoudens uitzonderlijke omstandigheden die in deze zaak niet aanwezig zijn, voldoende om schuld aan te nemen bij de verdachte.