ECLI:NL:HR:2024:1692

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 november 2024
Publicatiedatum
18 november 2024
Zaaknummer
23/03991
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 134.2.a SvArt. 116.3 SvArt. 552a Sv
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens ontbreken belang bij beklag over beslag op spookvoertuig

De zaak betreft een beklag over het beslag op een personenauto die niet op de klager stond geregistreerd, een zogenaamd spookvoertuig. Het openbaar ministerie gaf daarop een last tot teruggave van de auto aan de rechtmatige eigenaar, een ander dan de klager. De rechtbank verklaarde het klaagschrift van de klager niet-ontvankelijk omdat het beslag inmiddels was beëindigd.

De klager had verzocht om aanhouding van de behandeling van het klaagschrift vanwege zijn detentie, maar de rechtbank besloot hier niet op. De Hoge Raad oordeelt dat het ontbreken van een beslissing op dit verzoek geen strijd oplevert met de goede procesorde en geen reden is voor vernietiging.

De Hoge Raad volgt de conclusie van de advocaat-generaal dat de klager geen belang had bij het beklag aangezien het beslag op het moment van de beslissing was beëindigd. Hierdoor kan het cassatieberoep niet in behandeling worden genomen en wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de klager wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van belang bij het beklag.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer23/03991 B
Datum26 november 2024
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam van 2 oktober 2023, nummer RK 23/018567, op een klaagschrift, als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980,
hierna: de klager.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft T. Straten, advocaat in Maastricht, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de klager in zijn cassatieberoep.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad kan het cassatieberoep van de klager niet in behandeling nemen. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
26 november 2024.